Verzoek afkoelingsperiode niet ontvankelijk (28 juni 2021)

Verzoek afkoelingsperiode niet ontvankelijk (28 juni 2021)

10 november 2021

Op 27 mei 2021 deponeert schuldenaar een startverklaring ter griffie van de Rechtbank Amsterdam en verzoekt bij verzoekschrift van 14 juni 2021 om een afkoelingsperiode van vier maanden. Schuldenaar is een besloten vennootschap die voorheen handelde in gebruikte motorjachten in het luxe segment. Inmiddels heeft zij haar bedrijfsvoering gewijzigd en vervult zij enkel nog een bemiddelende rol in het verkooptraject van motorjachten waarvoor zij een commissie ontvangt. Schuldenaar wenst een afkoelingsperiode zodat zij een periode van rust krijgt om tot een stabilisering van haar voorheen verkoop- en thans bemiddelingsactiviteiten te komen.

Voorts stelt zij dat de beperkingen wegens de lockdown, waaronder de reisbeperkingen, in hoog tempo worden versoepeld waardoor ze goede hoop heeft dat de handel in motorjachten weer aan zal trekken. Zij heeft dan nog enige tijd nodig om actuele cashflow- en winstprognoses te laten opstellen, op basis waarvan dan een akkoord aan schuldeisers kan worden aangeboden. Aanbieding van een akkoord binnen een periode van twee maanden is volgens schuldenaar echter niet haalbaar.

Overweging rechtbank

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van art. 376 lid 1 Fw kan de schuldenaar om de afkondiging van een afkoelingsperiode verzoeken indien, na het deponeren van een startverklaring, aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan:

  • er is door de schuldenaar een akkoord aangeboden als bedoeld in art. 370 lid 1 Fw;
  • er is door de schuldenaar toegezegd dat binnen een termijn van ten hoogste twee maanden een dergelijk akkoord zal worden aangeboden;
  • er is door de rechtbank overeenkomstig art. 371 Fw een herstructurerings-deskundige aangewezen.

 

Uitspraak rechtbank

De rechtbank stelt vast dat ten tijde van de behandeling van het verzoek geen herstructureringsdeskundige is aangewezen, nog geen akkoord is aangeboden en ook niet is toegezegd dat binnen een termijn van ten hoogste twee maanden een dergelijk akkoord zal worden aangeboden. Dit betekent dat aan de voorwaarden, genoemd in art. 376 Fw, om een afkoelingsperiode te kunnen verzoeken, niet is voldaan en dat de schuldenaar dus niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar verzoek.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3332

MEER INFORMATIE

Heeft u vragen over deze uitspraak of over uw eigen situatie? Neem dan contact op met WHOA-expert Floris Dix op +31 85 2010014 en per e-mail via fdix@turnaroundadvocaten.nl.