Afwijzing herstructureringsdeskundige (14 mei 2021)

Afwijzing herstructureringsdeskundige (14 mei 2021)

14 mei 2021

Verzoeker drijft een onderneming in de installatietechniek met 12 werknemers. Tegen verzoeker is een verzoek tot faillietverklaring ingediend. De totale schuldenlast bedraag ruim € 200.000.

Allereerst onderzoekt de rechtbank of de rechtbank bevoegd is, dit is het geval en er is sprake van een besloten akkoordprocedure.

Een verzoek tot het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige is gebaseerd op twee vereisten, het tweede vereiste is dat het in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers. Omdat om een herstructureringsdeskundige door verzoeker wordt verzocht is aan dit vereiste voldaan.

Het eerste vereiste is echter dat de onderneming aan haar lopende verplichtingen moet voldoen, maar tegelijkertijd moet voorzienbaar zijn dat er geen realistisch perspectief bestaat om een toekomstige insolventie af te wenden als geen gebruik gemaakt wordt van de WHOA.

Verzoeker heeft aangegeven niet te kunnen voldoen aan de lopende belastingverplichtingen en kon een betalingsregeling met de aanvrager van het faillissement niet nakomen. Daarnaast blijkt dat de gerealiseerde omzet lager ligt dan te begrote omzet (bijna de helft minder).

Verzoeker geeft desondanks aan dat hij in mei 2021 aan zijn verplichtingen zou kunnen voldoen, uit de liquiditeitsbegroting volgt echter dat er in mei 2021 een tekort zou zijn. Daar komen dan de kosten van de herstructureringsdeskundige nog bij. Volgens de rechtbank heeft verzoeker niet voldoende aannemelijk gemaakt dat verzoeker in staat is aan zijn lopende verplichtingen te voldoen, mede door de grote verschillen tussen de liquiditeitsbegroting en de daadwerkelijke gemaakte omzet. Verzoeker heeft daarnaast geen externe financiering aangetrokken voor de herstructurering van de schulden.

Omdat er geen betrouwbare financiële middelen aanwezig zijn, heeft een benoeming van een herstructureringsdeskundige volgens de rechtbank geen zin en wijst daarom het verzoek af.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:2294