Rechtbank Midden-Nederland – Afwijzing herstructureringsdeskundige (26 maart 2021)

Rechtbank Midden-Nederland – Afwijzing herstructureringsdeskundige (26 maart 2021)

26 maart 2021

Verzoeker betreft een autoschadeherstelbedrijf met drie werknemers. Door diverse externe oorzaken, zoals een inbraak, de coronacrisis en een echtscheiding is de eenmanszaak niet langer in staat aan zijn schulden te voldoen. Verzocht wordt om een herstructureringsdeskundige zodat een akkoord voorbereid kan worden met de te verkopen overwaarde van de woning van de eigenaar.

Dit verzoek is het eerste verzoek van verzoeker, op grond van art. 3 Rv stelt de rechtbank vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van dit verzoek.

Sprake van een eenmanszaak

Verzoeker drijft een eenmanszaak. De WHOA staat alleen open voor ondernemingen. Particulieren kunnen geen WHOA starten. De rechtbank gaat na of (nog) sprake is van een onderneming die gedreven wordt. Het antwoord daarop is volgens de rechtbank dat dit niet het geval is, omdat de huurovereenkomst is opgezegd, geen activiteiten meer ontplooid worden en de onderneming al geruime tijd gestaakt is. Verzoeker is daarom niet ontvankelijk in dit verzoek.

Afwijzing herstructureringsdeskundige

De rechtbank ziet echter aanleiding om enkele opmerkingen te maken over de aangedragen herstructureringsdeskundigen en de advocaat van verzoeker.

De door de advocaat van verzoeker voorgedragen herstructureringsdeskundigen A en B werken met de advocaat samen, iets waar de rechtbank ambtshalve vanaf wist. Het primaire verzoek was ook om de heer A aan te stellen als herstructureringsdeskundige. De rechtbank merkt op dat de advocaat van verzoeker in een eerdere zaak al gewezen werd op de informatieverplichting dat aannemelijk gemaakt moest worden waarom de herstructureringsdeskundigen deskundig en onafhankelijk zijn van verzoeker. In dit geval heeft de advocaat alleen extra gegevens verschaft over de heer A en niet over de heer B. Het doel was – zo is ter zitting bevestigd – dat de heer A benoemd werd tot herstructureringsdeskundige door de rechtbank en niet de heer B. Het verzoek kan dan ook niet toegewezen worden omdat de beoogd herstructureringsdeskundige niet onafhankelijk is.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2021:1255