Rechtspraak – aanwijzing herstructureringsdeskundige (26 januari 2021)

Rechtspraak – aanwijzing herstructureringsdeskundige (26 januari 2021)

3 februari 2021

De rechtbank Noord-Nederland benoemt op verzoek van een schuldenaar een herstructureringsdeskundige op grond van art. 371 Fw. De schuldenaar heeft een startverklaring gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank waarin zij heeft aangegeven te starten met de voorbereiding van een akkoord (ex art. 370 lid 3 Fw).

De schuldenaar heeft één herstructureringsdeskundige aan de rechtbank voorgedragen om te worden benoemd. De rechtbank gaat na of de herstructureringsdeskundige zijn taak voldoende doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk kan uitvoeren. Ondanks dat in het “Landelijk procesreglement WHOA zaken rechtbanken” staat vermeld dat de schuldenaar twee, maximaal drie herstructureringsdeskundigen voordraagt om te worden benoemd, volstaat de rechtbank in deze zaak met één voordracht.

Bij de rechtbank zijn twijfels gerezen over de onafhankelijkheid van de kandidaat-herstructureringsdeskundige, omdat voorafgaand aan de verzochte aanwijzing al contact is geweest tussen de schuldenaar en de kandidaat-herstructureringsdeskundige, het verzoekschrift tot benoeming en de startverklaring feitelijk door de kandidaat-herstructureringsdeskundige zelf bij de rechtbank is ingediend en de toelichtingen op de startverklaring en het verzoekschrift op briefpapier van kandidaat-herstructureringsdeskundige zijn afgedrukt.

Op vragen van de rechtbank over zijn onafhankelijkheid antwoordde de kandidaat-herstructureringsdeskundige:

  • dat zijn betrokkenheid beperkt was tot het onderzoek dat nodig is om tot een offerte te kunnen komen;
  • dat enkel een inventariserend gesprek met de schuldenaar en zijn belastingadviseur heeft plaatsgevonden, waarbij een afweging is gemaakt of de onderneming geschikt zou zijn voor een WHOA-traject en of dit traject gericht zou zijn op voortzetting of vereffening en om te bezien welke knelpunten er spelen;
  • dat enkel contact heeft plaatsgevonden met twee schuldeisers, te weten ABN AMRO Lease en de Rabobank.

 

De rechtbank acht deze beantwoording voldoende om aan te nemen dat de herstructureringsdeskundige zijn taak onafhankelijk zal kunnen uitvoeren omdat hij onder meer voor zijn (beperkte) werkzaamheden voorafgaand aan het verzoek geen kosten in rekening heeft gebracht.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:244&showbutton=true&keyword=whoa