Rechtspraak – afkoelingsperiode (21 januari 2021)

Rechtspraak – afkoelingsperiode (21 januari 2021)

21 januari 2021

De rechtbank Gelderland kondigt op verzoek van een mkb-ondernemer een afkoelingsperiode af. Hierbij worden nadere voorwaarden gesteld. Voorts wordt expliciet toegestaan dat een schuldeiser bevoegd blijft tot het innen van gelden op basis van een aan haar beschikbaar gesteld openbaar pandrecht.

De ondernemer heeft een verklaring gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank waarin hij heeft aangegeven te starten met de voorbereiding van een akkoord (ex art. 370 lid 3 Fw). Het betreft hier een zgn. besloten akkoordprocedure (ex. art. 369 lid 6 Fw).

Uit het vonnis blijkt dat de ondernemer een geschil heeft met een opdrachtgever (schuldeiser) dat begin 2020 is ontstaan. Dit geschil zou hebben geleid tot beslagleggingen door de opdrachtgever onder andere opdrachtgevers. Dit zou hebben geleid tot financiële gevolgen waardoor de bouwactiviteiten stagneerden met een fors verlies in 2020 als gevolg. Een eerste tussenvonnis in de procedure tussen de ondernemer en de opdrachtgever is ongunstig. De schuldenlast van de ondernemer bedraagt circa € 330.000,-. De vordering van de opdrachtgever bedraagt € 20.000,-. De ondernemer vreest dat de opdrachtgever, indien deze op de hoogte raakt van het voornemen van een akkoord en t.z.t. beschikt over een titel voor de executie van de vordering op de ondernemer, hij zal overgaan tot inning van de (verpande) vorderingen en verkoop van de beslagen zaken. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat het akkoord geen doorgang vindt.

De rechtbank oordeelt dat het noodzakelijk is dat de onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord kan blijven voortzetten. Voorts zou blijken uit de stellingen van de ondernemer dat het akkoord kan worden gefinancierd uit (winstgevend) onderhanden werk en gelden die beschikbaar zouden kunnen worden gesteld door de bestuurder of een aan de bestuurder gelieerd ander bedrijf. Dit alles zou tot een hogere uitkering kunnen leiden aan de schuldeisers dan bij een faillissement zelf.

Wat betreft het openbaar pandrecht dat de opdrachtgever heeft verkregen van de ondernemer oordeelt de rechtbank dat deze uitdrukkelijk niet wordt beperkt in het geval van een afkoelingsperiode. Conform de gestelde voorwaarden in de pandakte blijft hij bevoegd tot incasso van de verpande vordering.

Omdat de rechtbank meent dat de ondernemer nog weinig concreet is in haar plannen voor reorganisatie en er nog overige vragen zijn, bepaalt de rechtbank dat de ondernemer de rechtbank uiterlijk 21 februari 2021 nader moet informeren. De afkoelingsperiode wordt evenwel afgekondigd voor een periode van twee maanden.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:363&showbutton=true&keyword=ECLI%3aNL%3aRBGEL%3a2021%3a363