Rechtspraak – afkoelingsperiode en observator (15 januari 2021)

Rechtspraak – afkoelingsperiode en observator (15 januari 2021)

15 januari 2021

De rechtbank Amsterdam kondigt op verzoek van een instelling voor verslaafdenzorg een afkoelingsperiode af op grond van art. 376 Fw en benoemt een observator op basis van art. 380 Fw.

De instelling heeft een verklaring gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank waarin zij heeft aangegeven te starten met de voorbereiding van een akkoord (ex art. 370 lid 3 Fw). De rechtbank geeft aan dat zij voldoende deugdelijk en concreet heeft onderbouwd met welke middelen dat akkoord wordt gefinancierd. Het akkoord is bedoeld om tot een gecontroleerde afwikkeling van de bedrijfsvoering te komen ten gunste van alle schuldeisers. Er is dus geen sprak van voortzetting van de activiteiten. Met verwijzing naar de memorie van toelichting oordeelt de rechtbank dat ook in zo’n geval een afkoelingsperiode mogelijk is om te voorkomen dat schuldeisers (of aandeelhouders) die niet willen meewerken het proces blokkeren of vertragen, door bijvoorbeeld het faillissement van de schuldenaar aan te vragen of beslagen te leggen. Omdat summierlijk is gebleken dat de belangen van de schuldeisers niet worden geschaad wordt de afkoelingsperiode voor een periode van twee maanden toegewezen.

Omdat er binnen de instelling een geschil bestaat over de zeggenschap ziet de rechtbank aanleiding een observator aan te stellen om toezicht te houden op de totstandkoming van het akkoord en daarbij oog te hebben voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:84