Rechtspraak – Afkondiging afkoelingsperiode van vier maanden (19 augustus 2021)

Rechtspraak – Afkondiging afkoelingsperiode van vier maanden (19 augustus 2021)

19 augustus 2021

De rechtbank Rotterdam kondigt een afkoelingsperiode af van 4 maanden, schorst de behandeling van een door een schuldeiser jegens de schuldenaar ingediend verzoek tot faillietverklaring en bepaalt tot slot dat de rechtbank na een maand moet worden geïnformeerd over de voortgang van de akkoordprocedure.

Schuldenaar exploiteert een restaurant in Rotterdam. Nadat het restaurant in april 2019 grootschalig is verbouwd, zijn er diverse problemen gerezen. Nadat deze grotendeels waren opgelost werd her restaurant geconfronteerd met de gevolgen van de coronapandemie. Ondanks alle steunmaatregelen en eigen initiatief van een Take Away concept had zij onvoldoende ‘vet op de botten’. Op enig moment zegt de huisbankier Rabobank de financiering op en geldt als opeisdatum 31 augustus 2021. Op dat moment zullen de bankrekeningen van het restaurant worden geblokkeerd en wordt betalingsverkeer onmogelijk. Zonder afkoelingsperiode is een herstructurering bij voorbaat kansloos.

Faillissement is ongunstig

Sinds de heropening van het restaurant in mei 2021 draait zij mooie zwarte cijfers. De liquiditeitspositie is voldoende om de lopende verplichtingen te voldoen en de kosten van het akkoord kunnen hieruit worden voldaan. Het restaurant is echter niet in staat de bank volledig af te lossen, de betalingsregelingen met crediteuren na te komen en de achterstand bij de fiscus in te lopen. Hierdoor kan het restaurant per 31 augustus 2021 niet doorgaan met het betalen van de opeisbare schulden.

Bij een faillissement geldt een liquidatiewaarde van € 33.750 terwijl bij een WHOA-akkoord de reorganisatiewaarde € 666.859,- zal bedragen. Herstructurering middels een WHOA-akkoord zal dan ook aanzienlijk gunstiger zijn dan een afwikkeling van het restaurant in een faillissement.

Toewijzing afkoelingsperiode

Volgens de rechtbank is summierlijk gebleken dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is om de onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over een akkoord te kunnen blijven voortzetten en dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers met een afkoelingsperiode gediend zijn. Immers, uit hetgeen dat is gesteld volgt dat met een akkoord een hogere uitkering aan de schuldeisers zal kunnen plaatsvinden dan in geval van een faillissement. Dit zal echter enkel het geval zijn wanneer het restaurant gedurende de verdere voorbereiding van het akkoord en de onderhandelingen daarover haar onderneming kan voortzetten en individuele crediteuren het faillissement niet kunnen aanvragen of individuele verhaalsacties kunnen nemen (zonder tussenkomst van de rechtbank). Voor zover nu kan worden overzien worden eventuele derden door een afkoelingsperiode niet wezenlijk in hun belangen geschaad. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2021:8409