Rechtspraak – afwijzing herstructureringsdeskundige (5 maart 2021)

Rechtspraak – afwijzing herstructureringsdeskundige (5 maart 2021)

5 maart 2021

De rechtbank Den Haag heeft een verzoek tot aanstelling van een herstructureringsdeskundige afgewezen.

Verzoekster heeft een onderneming met een schuldenlast van totaal € 89.692. € 46.643 daarvan is verschuldigd aan de Belastingdienst, een ander deel van de schuld voor grofweg € 12.000 heeft geen betrekking op de onderneming maar zijn privéschulden van verzoekster zoals huurschuld en verkeersboetes.

Verzoekster heeft verklaard dat de administratie van haar onderneming niet op orde is. De privéuitgaven van verzoekster zijn op jaarbasis ongeveer € 70.000. Uit de begrotingen die verzoekster heeft overlegd, volgt dat in 2020 een resultaat geboekt is van € 21.000 op een omzet van € 167.000 en wordt voor 2021 verwacht dat € 1.000 als resultaat overblijft op een begrote omzet van € 80.000.

De rechtbank stelt eerst vast dat de rechtbank rechtsmacht heeft en stelt vast dat door verzoekster gekozen is voor de besloten akkoordprocedure.

Vereisten toewijzing herstructureringsdeskundige

Voor de toewijzing van een herstructureringsdeskundige moet voldaan zijn aan (a) ‘de schuldenaar in een toestand verkeert waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij insolvent zal raken’ en (b) ‘niet summierlijk blijkt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers daarbij niet gediend zijn’. Volgens de wetgever is dat laatste in ieder geval aan de orde wanneer de schuldenaar het verzoek indient of het verzoek gesteund wordt door een meerderheid van de schuldeisers.

De rechtbank overweegt dat verzoekster weliswaar aannemelijk heeft gemaakt dat zij in financiële problemen verkeert, maar niet dat zij nog in staat is aan haar lopende verplichtingen te voldoen. Verzoekster heeft in haar verzoekschrift geen gronden aangevoerd dat zij voldoet aan artikel 370 lid 1 Fw. Daarnaast is onduidelijk op welke concrete grondslagen de ingediende begroting en liquiditeitsplanning zijn gebaseerd, daardoor is onvoldoende gebleken welke realiteitswaarde aan deze cijfers kan worden gehecht. Verzoekster heeft namelijk meegedeeld dat haar administratie niet op orde is en voor de jaren 2019 en 2020 slechts voorlopige cijfers zijn. De halvering van de omzet in 2021 is ook op geen enkele wijze onderbouwd en een halvering van de omzet komt ook niet overeen met de stelling van verzoekster dat zij minder opdrachten heeft gekregen in 2020 door de coronapandemie.

De WHOA ziet primair op de herstructurering van schulden van ondernemingen. Een aanzienlijk deel van de schulden bij verzoekster bestaat uit privéschulden, zonder dat gesteld of gebleken is wanneer die schulden zijn ontstaan en of het ontstaan van die schulden verband houdt met de slechte ondernemingsresultaten. De rechtbank geeft als voorbeeld de CJIB-boetes voor een openstaand bedrag van € 4.127, waarvoor geen aannemelijke grondslag bestaat dat deze veroorzaakt zijn door de slechte ondernemingsresultaten.

Taak herstructureringsdeskundige

De rechtbank wijst het verzoek af maar overweegt nog het volgende. Een herstructureringsdeskundige moet zijn taak doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk uitvoeren. De primair door verzoekster aangedragen herstructureringsdeskundige is de adviseur die verzoekster heeft bijgestaan om een dreigende woningontruiming af te wenden. Op de startverklaring wordt deze persoon tevens als adviseur van verzoekster aangemerkt. Onder deze omstandigheden is het volgens de rechtbank weinig aannemelijk dat deze persoon als onafhankelijk kan worden aangemerkt.

Verzoekster heeft voorts in haar verzoek niets gesteld over de kennis, ervaring en vaardigheden van de door haar als herstructureringsdeskundige voorgedragen personen.

De rechtbank overweegt dat de herstructureringsdeskundige een wettelijke taak heeft om op doeltreffende, onpartijdige en onafhankelijke wijze een akkoord tot stand te brengen. Het helpen van verzoekster om inzicht te krijgen in haar inkomsten en uitgaven en het op de rit krijgen van de onderneming valt niet onder het takenpakket van de herstructureringsdeskundige, een dergelijk takenpakket zou eerder op de weg liggen van de adviseur die verzoekster heeft ingeschakeld. Verzoekster heeft voor het tot stand brengen van een akkoord geen herstructureringsdeskundige nodig en heeft ook niet duidelijk kunnen maken dat een herstructureringsdeskundige van meerwaarde is. Het verzoek wordt afgewezen.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2021:2033&showbutton=true&keyword=WHOA