Rechtspraak – Rechtbank Amsterdam – afwijzing verlenging afkoelingsperiode (28 april 2021)

Rechtspraak – Rechtbank Amsterdam – afwijzing verlenging afkoelingsperiode (28 april 2021)

28 april 2021

Verzoekster heeft om een verlenging van de afkoelingsperiode van twee maanden verzocht, maar deze wordt door de rechtbank afgewezen na het ontvangen van diverse zienswijzen, waaronder die van de door de rechtbank aangestelde observator.

Verzoekster heeft een onderneming met als doel zorg te verlenen aan verslaafden. Verzoekster ontplooit geen activiteiten meer en heeft als doel tot een gecontroleerde afwikkeling van de bedrijfsvoering te komen. Oud werknemers hebben het faillissement aangevraagd van verzoekster maar de behandeling van dit verzoek is geschorst na het starten van een WHOA-traject en met het eerder afkondigen van de afkoelingsperiode.

Verzoekster heeft geen toegang tot de administratie door het onbetaald laten van de facturen van de boekhouder. Daaropvolgend blijkt dat verzoekster een NOW-regeling heeft aangevraagd en diverse zorgfacturen heeft verzonden naar zorgverzekeraars die deze ook betaald hebben. Deze bedragen zijn grotendeels aangewend aan de kosten voor de WHOA-procedure en de advocaten én de financiën naar een holding door te storten.

Door de diverse conflicten en de ondoorzichtige administratie is na twee maanden van een afkoelingsperiode nog geen zicht op een akkoord. De observator is het ermee eens dat er goede stappen gemaakt zijn maar dat er nog diverse onduidelijkheden zijn. Een voorbeeld is een betwiste vordering à € 46.000 van een stichting pensioenfonds. De observator vraagt zich af of het inzichtelijk maken van de administratie en het incasseren van de resterende zorgdeclaraties tijdens een verlenging van de afkoelingsperiode in lijn is met het doel van de afkoelingsperiode. De vraag is daarnaast of crediteuren beter af zijn met een liquidatie via een WHOA-traject dan via een faillissement.

De zienswijze van de werknemers is kort maar krachtig: een faillissement wordt geprefereerd vanwege de zekerheid voor het personeel en het onbetaald laten van de diverse vorderingen van het personeel.

De rechtbank concludeert dat de stappen die gemaakt zijn niet voldoende zijn voor het verlengen van de afkoelingsperiode. Mede omdat in de eerder gelaste afkoelingsperiode geen grote stappen zijn gezet door verzoekster om tot een akkoord te komen. Daarnaast heeft een extra financier zich teruggetrokken, waardoor verzoekster nog op zoek is naar additionele financiën om het WHOA-traject en het WHOA-voorstel uiteindelijk te kunnen voldoen. De rechtbank is van mening dat door al deze problemen het aanbieden van een akkoord in een termijn van twee maanden niet haalbaar is. De rechtbank wijst het verzoek aldus af.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:1874