Rechtspraak – Rechtbank Amsterdam – verzoek afkoelingsperiode (26 mei 2021)

Rechtspraak – Rechtbank Amsterdam – verzoek afkoelingsperiode (26 mei 2021)

26 mei 2021

De rechtbank Amsterdam honoreert een verzoek tot afkondigen van een afkoelingsperiode van 4 maanden en wijst daarnaast een observator aan.

Schuldenaar is verhuurder van vakantiehuizen, met name voor de doelgroep 60+. Zij wordt geconfronteerd met aanzienlijke financieringsverplichtingen afkomstig uit de opstartfase. Uit de stukken blijkt dat de schuldenaar in staat is haar regulier handelscrediteuren en haar hypothecaire rente- en aflossingsverplichtingen  aan de bank te betalen en heeft zij, COVID-steunmaatregelen daargelaten, geen achterstanden bij de Belastingdienst.

Schuldeiser M. heeft evenwel opeisbare vorderingen en deze zijn niet voldaan. Ook is niet mogelijk gebleken tot een regeling te komen. Schuldeiser M. heeft dan ook een verzoek tot faillietverklaring van schuldenaar ingediend.

Nu het seizoen van verhuur van de vakantiehuisjes is begonnen, is er sprake van een substantiële cashflow. Het uitspreken van het faillissement zal de inspanningen van schuldenaar om een akkoord aan te bieden doorkruisen. Aldus de rechtbank. Zoals is gebleken tijdens de zitting kan schuldenaar haar lopende verplichtingen voldoen en lijkt het vooralsnog aannemelijk dat met een akkoord een hogere uitkering aan de schuldeisers zal kunnen plaatsvinden dan in geval van een faillissement. Dit leidt tot het oordeel dat de gezamenlijke schuldeisers met het gelasten van een afkoelingsperiode gediend zijn. De rechtbank kondigt een afkoelingsperiode af van 4 maanden. Wel ziet de rechtbank belang om een observator aan te stellen om toezicht te houden op de totstandkoming van het akkoord en daarbij oog te hebben voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:2815