Rechtspraak – Rechtbank Noord-Nederland – toewijzing verzoek art. 42a Fw (2 april 2021)

Rechtspraak – Rechtbank Noord-Nederland – toewijzing verzoek art. 42a Fw (2 april 2021)

2 april 2021

De Rechtbank Noord-Nederland heeft een beschikking gegeven waarin de Rechtbank een te verrichten rechtshandeling goedkeurt ex art. 42a Fw.

De rechtbank wordt gevraagd een oordeel te vellen over het aangaan van een krediet en het vestigen van een hypotheekrecht. De schuldenaar doet dit verzoek zelf, een herstructureringsdeskundige is ook aangesteld. De rechtbank overweegt dat de schuldenaar beschikkingsbevoegd blijft om dergelijke rechtshandelingen te verrichten.

In onderhavige casus verzoekt de schuldenaar om een machtiging ex art. 42a Fw voor het aangaan van een krediet en het vestigen van een hypotheekrecht voor de hoogte van dit krediet, omdat de schuldenaar zonder dit krediet de voorbereidingsperiode niet kan financieren en dat deze rechtshandelingen strikt noodzakelijk zijn om de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van een akkoord te kunnen blijven voortzetten. Met deze voorziening wordt voorkomen dat, mocht het akkoord niet worden aangenomen, de latere curator in het faillissement de rechtshandeling kan vernietigen (art. 42 Fw).

In deze casus strekken de rechtshandelingen niet tot het voortzetten van de onderneming maar voor de noodzakelijke rechtshandelingen om het akkoord voor te bereiden. De rechtbank overweegt dat een redelijke uitleg van art. 42a Fw met zich mee brengt  dat art. 42a Fw ook geldt voor rechtshandelingen die noodzakelijk zijn om het akkoord te kunnen voorbereiden.

De rechtbank twijfelt niet aan de noodzaak van deze rechtshandelingen, mede omdat de onafhankelijke herstructureringsdeskundige het verzoek heeft medeondertekend en het aangaan van het krediet de hoogte van de kosten van het voorbereiden van het akkoord uitvoerig zijn toegelicht en zonder deze kosten het akkoord waarschijnlijk geen kans van slagen heeft.

De rechtbank overweegt dat de belangen van de schuldeisers tevens worden gediend omdat de rechtshandelingen en het krediet alleen worden aangewend voor uitgaven die noodzakelijk zijn om het akkoord mogelijk te maken. De rechtbank gaat er vanuit dat de gezamenlijke schuldeisers een akkoord prefereren boven een vereffening in faillissement. In de akte van geldlening is tevens als waarborg opgenomen dat de herstructureringsdeskundige moet instemmen voordat financiering aangewend mag worden ten behoeve van financiering voor het akkoord.

De rechtbank wijst het verzoek toe.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:1100