Rechtspraak – Rechtbank Rotterdam – afwijzing afkoelingsperiode ( 26 april 2021)

Rechtspraak – Rechtbank Rotterdam – afwijzing afkoelingsperiode ( 26 april 2021)

26 april 2021

Verzoekster verzoekt de rechtbank om een afkoelingsperiode om tot een gecontroleerde afwikkeling van de onderneming te kunnen komen.

Verzoekster was genoodzaakt haar activiteiten te staken nadat de Zwitserse autoriteit alle subsidies had stopgezet. Door het wegvallen van de subsidies werd de onderneming direct zwaar verlieslatend en is op de kortst mogelijke termijn de vennootschap aan de hoogste bieder verkocht. De verkoop van de onderneming heeft € 600.000 opgebracht, waarvan € 500.000 in een escrow-rekening is geplaatst. Daarnaast heeft verzoekster nog een debiteurenportefeuille ter waarde van € 3.000.000. Volgens verzoekster wordt het aanbieden van een akkoord zonder een afkoelingsperiode feitelijk onmogelijk en is het de vraag of de € 500.000 in het geval van een faillissement ook beschikbaar zou zijn. Een afwikkeling van de onderneming via een WHOA-traject is dus voordeliger voor de gezamenlijke schuldeisers dan een faillissement.

De rechtbank overweegt dat het onder de WHOA mogelijk is om tot een gecontroleerde afwikkeling van de onderneming te komen en daarvoor een afkoelingsperiode in te roepen. De rechtbank is echter van mening dat een afkoelingsperiode in deze casus niet aan de orde is. De rechtbank vindt het argument van verzoekster dat de € 500.000 die op een escrow-rekening geplaatst is niet zonder meer in de faillissementsboedel terecht zou komen onjuist. Immers is dit het bedrag wat in het kader van de activa-transactie is betaald. Daardoor heeft verzoekster niet voldoende aangetoond dat de opbrengst buiten faillissement groter is dan binnen het faillissement. De rechtbank overweegt daarnaast dat de enkele stelling dat de kosten lager zouden zijn dan in het geval van een faillissement niet voldoende is. In een faillissement worden meer kosten gemaakt maar dat gebeurt ook omdat de curator een rechtmatigheids- en oorzakenonderzoek zal doen van het faillissement.

De rechtbank wijst het verzoek aldus af.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2021:1887