Rechtspraak – toewijzing verzoek afkoelingsperiode (10 maart 2021)

Rechtspraak – toewijzing verzoek afkoelingsperiode (10 maart 2021)

10 maart 2021

De rechtbank Gelderland wijst een verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode voor de duur van vier maanden toe.

Verzoekster heeft een onderneming die gespecialiseerd is in drukwerk en heeft 16 werknemers in dienst. Verzoekster heeft te zware financieringslasten en te hoge huisvestingskosten voor een rendabele bedrijfsvoering. De verhuurder van de huidige bedrijfslocatie is tevens financier van de onderneming.

Feiten

Verzoekster heeft toegezegd dat zij binnen twee maanden na het deponeren van de startverklaring een onderhands akkoord aan haar schuldeisers zal aanbieden. Verzoekster is voornemens de schulden te saneren door nieuwe aandelen uit te geven aan een toe te treden participant. Weevers Holding is de verhuurder en financier van de onderneming, zij heeft een achtergestelde vordering van € 150.000,00 en reeds een vonnis tot ontruiming van de bedrijfsruimte gekregen. Daarnaast heeft de partij Wernand en Partners Bedrijfsjuristen een lening van in totaal € 100.000,00 opgeëist. Naast deze schulden zijn betalingsachterstanden ontstaan bij diverse leasemaatschappijen.

Verzoekster verzoekt daarom om een afkoelingsperiode voor de duur van vier maanden om tot een akkoord te kunnen komen.

De rechtbank stelt vast dat dit het eerste verzoek is na het deponeren van de startverklaring. Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure en de rechtbank stelt vast dat zij rechtsmacht heeft.

De afkoelingsperiode

Een verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode dient verband te houden met een (voorgenomen) WHOA-akkoord. Het aanbieden van een WHOA-akkoord staat open voor een schuldenaar die verkeert in een toestand waarin redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schuldeisers niet zal kunnen voortgaan. Dat betekent concreet dat de schuldenaar nog niet is opgehouden met betalen, maar waarbij de schuldenaar voorziet dat om een toekomstige insolventie af te wenden het noodzakelijk is dat zijn schulden worden geherstructureerd.

De rechtbank stelt vast dat zonder herstructurering van de onderneming verzoekster vanaf juli 2021 niet meer kan voldoen aan haar lopende verplichtingen.

Toewijzing van een verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode, kent overeenkomstig art. 376 lid 4 Fw twee vereisten. Allereerst moet blijken dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is voor het voortzetten van de onderneming tijdens de voorbereiding van en onderhandelingen over een akkoord. De rechtbank concludeert dat verzoekster voldoende aangetoond heeft dat zulks het geval is, nu verzoekster haar onderneming niet kan uitoefenen als zij uit de bedrijfsruimte wordt gezet.

Ten tweede moet sprake zijn dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers met een afkoelingsperiode zijn gediend en zij en derden niet wenzelijk in hun belangen worden geschaad.

Verzoekster heeft aangevoerd dat zonder het voorgenomen WHOA-akkoord een faillissement onvermijdelijk is. Verzoekster bepleit dat een faillissement zal leiden tot kapitaalvernietiging, waaronder goodwill, en 16 werknemers die hun baan verliezen. De rechtbank overweegt dat de gezamenlijke schuldeisers gebaat zijn bij een WHOA-akkoord, omdat verzoekster onder andere toegelicht heeft dat klanten zouden vertrekken bij een faillissement en dat daardoor de goodwill zal dalen. Een herstructurering en een nieuwe investering zal meer waarde voor de schuldeisers creëren aldus verzoekster, de rechtbank is het daarmee eens.

Omdat verzoekster kan voldoen aan haar lopende verplichtingen tijdens de afkoelingsperiode, worden de schuldeisers daarin niet benadeeld. De rechtbank wijst het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode dan ook toe.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2021:1126