Rechtspraak – Rechtbank Amsterdam – verzoek afkoelingsperiode (13 juli 2021)

Rechtspraak – Rechtbank Amsterdam – verzoek afkoelingsperiode (13 juli 2021)

13 juli 2021

Schuldenaar is onderdeel van een groep vennootschappen en kampt geruime tijd met problemen. Als Holdingsmaatschappij heeft zij aandelen in buitenlandse dochtermaatschappijen. De groep heeft vestigingen verspreid over West-Europa. Inmiddels is een financier overgegaan tot uitwinning van de aandelen, bezwaard met een pandrecht ten behoeve van betreffende financier, van een onderliggende maatschappij.

Gelet op het feit dat de schuldenaar als gevolg van de aandelenuitwinning als nagenoeg lege vennootschap achterblijft, is een going concern scenario voor verzoekster uitgesloten. Na de aandelenuitwinning zijn er binnen de groep van verzoekster geen (vennootschappen met) activiteiten meer. Er is ook geen zicht op dat dit in de toekomst nog zal (kunnen) veranderen. Verzoekster/schuldenaar ziet zich dan ook genoodzaakt haar onderneming te staken en een akkoord aan haar schuldeisers aan te bieden. In dit akkoord zal verzoekster – met behulp van een externe partij – een uitkering aan haar schuldeisers doen die hoger ligt dan in een faillissement, hetgeen verzoekster als het meest wenselijke scenario voor al haar stakeholders ziet. Geen van de schuldeisers zal in een faillissementssituatie enige substantiële uitkering tegemoet kunnen zien. Een afkoelingsperiode is nodig omdat op basis van eerdere ervaringen de verwachting is dat een derde betrokken schuldeisers het faillissement zal aanvragen. Deze aanvraag zal mogelijk gepareerd kunnen worden met het verzoek tot het benoemen van een herstructureringsdeskundige maar dat zal geen soelaas bieden. Er zijn immers geen gelden aanwezig om deze herstructureringsdeskundige te bekostigen.

Op grond wat ter zitting naar voren is gebracht volgt dat met een akkoord een hogere uitkering aan de schuldeisers zal kunnen plaatsvinden dan in geval van een faillissement, dat zonder totstandkoming van de verzochte afkoeling en een akkoord onafwendbaar zal zijn. In het kader van een aan te bieden akkoord heeft een externe financier zich immers bereid verklaard de benodigde financiering te willen verstrekken zodat een hoger bedrag ten behoeve van de schuldeisers beschikbaar kan worden gesteld dan in een faillissement uitgekeerd zal worden aan de schuldeisers, aldus de rechtbank. Schuldenaar beschikt niet over enig actief, anders dan dat zij houdster is van aandelen in een dochtervennootschap die, na de onderhandse verkoop van de door haar gehouden aandelen, niets meer waard zijn, althans negatief zijn gewaardeerd. Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat summierlijk is gebleken dat op dit moment de belangen van de gezamenlijke schuldeisers gediend zijn met het gelasten van een afkoelingsperiode, die noodzakelijk is ter voorbereiding van een akkoord dat in het belang van de gezamenlijke schuldeisers is. De rechtbank kondigt een afkoelingsperiode af van 2 maanden.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3331