Rechtbank Amsterdam – Stellen prejudiciële vragen (23 augustus 2021)

Rechtbank Amsterdam – Stellen prejudiciële vragen (23 augustus 2021)

23 augustus 2021

In het traject van verzoekster is de vraag gerezen of het mogelijk is om bedrijfstakpensioenfondsen te binden aan een gehomologeerd akkoord, of dat deze rechten te classificeren zijn als werknemersrechten en deze dus niet in een akkoord kunnen meegenomen worden.

De rechtbank is daarom van mening dat het voor de rechtszekerheid van belang is als de Hoge Raad zich over deze vragen uitlaat, door middel van een prejudiciële procedure. Het betrokken bedrijfstakpensioenfonds is van mening de vraag te veralgemeniseren om direct duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheden binnen de WHOA. De rechtbank beslist de volgende vraag aan de Hoge Raad voor te leggen:

“Is op grond van artikel 369 lid 4 Fw het in afdeling 2, titel 4 Faillissementswet bepaalde (de WHOA) van toepassing op vorderingen van de bedrijfspensioenfondsen in de zin van de wet Bpf 2000 betreffende achterstallige pensioenpremies?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag laat nog even op zich wachten. De rechtbank heeft het verzoek van het betrokken pensioenfonds om ook een vraag te stellen met betrekking tot de toets van artikel 384 lid 3 Fw, te weten de best interest of creditors test.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:4475

MEER INFORMATIE

Heeft u vragen over deze uitspraak of over uw eigen situatie? Neem dan contact op met WHOA-expert Dennis Helmons op +31 85 2010010 en per e-mail via dennis@turnaroundadvocaten.nl