Rechtspraak – uitstel verzoek tot aanwijzing herstructureringsdeskundige (29 januari 2021)

Rechtspraak – uitstel verzoek tot aanwijzing herstructureringsdeskundige (29 januari 2021)

5 februari 2021

De rechtbank Noord-Nederland houdt zijn beslissing aan over het verzoek om een herstructureringsdeskundige toe te wijzen op grond van art. 371 Fw. De schuldenaren hebben één (niet breed gesteunde) herstructureringsdeskundige voorgedragen in plaats van minimaal twee herstructureringsdeskundigen zoals uit het landelijk procesreglement volgt (lees ook: Aanwijzing herstructureringsdeskundige). 

De rechtbank stelt vast dat de schuldenaren duidelijk hebben gemaakt dat zij in de toestand verkeren waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat zij met het betalen van hun schulden niet zullen kunnen voortgaan conform art. 370 fw.

De schuldenaren hebben één herstructureringsdeskundige voorgedragen en geen andere namen of offertes van mogelijk te benoemen herstructureringsdeskundigen opgenomen in het verzoekschrift. Volgens de schuldenaren volgt uit de wet dat, nu zij voldoen aan art. 370 Fw en zelf het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige hebben gedaan, de rechtbank tot aanwijzing van deze voorgedragen herstructureringsdeskundige moet overgaan.

Volgens art. 371 lid 3 Fw moet de rechtbank een herstructureringsdeskundige aanwijzen als de schuldenaar voldoet aan art. 370 Fw en zelf het verzoek heeft gedaan. De rechtbank overweegt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers gediend zijn als de schuldenaar zelf verzoekt om de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige. Het is echter aan de rechtbank om een herstructureringsdeskundige aan te wijzen. Als de schuldenaar verzoekt om een specifiek persoon als herstructureringsdeskundige, dan is de rechtbank niet verplicht om deze persoon aan te wijzen. De rechtbank kan het verzoek voor benoeming van die specifieke persoon wel meewegen, mits dat verzoek steun geniet onder de betrokkenen.

Op grond van artikel 371 lid 6 Fw moet een herstructureringsdeskundige zijn taak doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk uitvoeren. De rechtbank overweegt dat de rol van de herstructureringsdeskundige gezien kan worden als een ‘bruggenbouwer’. De herstructureringsdeskundige heeft het tot stand brengen van een akkoord als doel en staat niet ten dienste van een of meerdere partijen.  Om die rol te kunnen vervullen moet de herstructureringsdeskundige zijn taken onafhankelijk en onpartijdig kunnen uitvoeren en vrij staan van de betrokken partijen.

In dit geval heeft de beoogd herstructureringsdeskundige op zijn briefpapier het verzoekschrift om zichzelf als herstructureringsdeskundige aan te wijzen opgesteld, daarnaast heeft de beoogd herstructureringsdeskundige een verzoekschrift tot het gelasten van een afkoelingsperiode al opgesteld. De rechtbank overweegt dat niet gebleken is van (brede) steun onder de betrokken partijen tot aanwijzing van deze persoon als herstructureringsdeskundige en dat de beoogd herstructureringsdeskundige niet voldoende vrij staat van partijen om te worden aangewezen als herstructureringsdeskundige.

Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de beoogd herstructureringsdeskundige niet aangewezen kan worden. In het “Landelijk procesreglement WHOA zaken rechtbanken” staat vermeld dat de schuldenaar twee, maximaal drie herstructureringsdeskundigen voordraagt ter benoeming aan de rechtbank. Bij uitzondering kan volstaan worden met één voordracht, als deze persoon brede steun geniet onder alle betrokken partijen. De rechtbank houdt daarom de beslissing aan voor de duur van twee weken en geeft daarbij de gelegenheid aan de schuldenaren om alsnog twee, maximaal drie mogelijk te benoemen herstructureringsdeskundigen voor te dragen. Indien alle betrokken partijen akkoord gaan met één persoon, dan volstaan de schuldenaren met de voordracht van die persoon.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2021:285&showbutton=true&keyword=ECLI%3aNL%3aRBNNE%3a2021%3a285